Cissy Siebel neemt na 41,5 jaar afscheid als consultatiebureauarts

Redactie 18-07-2019
Foto: Roger van der KraanSiebel: \Vroegen ze vroeger aan me wat ik wilde worden, antwoordde ik steevast: dokter.\

Haar medestudenten begrepen niet waarom Cissy Siebel na haar universitaire studie, waarin ze zoveel geleerd had, er uitgerekend voor koos om als arts op een consultatiebureau te gaan werken. Op 18 juli neemt ze, na 41,5 jaar als zodanig gewerkt te hebben, afscheid.

door Chrit Wilshaus

"Het lijkt natuurlijk een hele beperkte vorm van geneeskunde", steekt Siebel van wal. "En dat is omdat je niet meer hebt dan een lampje, een orenkijker en een stethoscoop. Daar moet je het mee doen. Maar het is vooral preventie, het voorkomen van, waar het om gaat bij het werk van een consultatiebureauarts. En dat is wat mij altijd heel erg in het werk heeft aangetrokken. Dat je bijvoorbeeld een lui oog bij een kind ontdekt, zodat hij op latere leeftijd niet slechtziend hoeft te worden. Of dat je een heupafwijking constateert, zodat iemand niet al op z'n veertigste een nieuwe heup nodig heeft." Siebel volgde de allereerste landelijke applicatiecursus voor consultatiebureauarts. "Ik had registratienummer vier of zoiets in het land. Pas later is er echt een opleiding tot jeugdarts gekomen. Nu ben ik wel jeugdarts KNMG (Koninklijke Nederlandsche Maatschappij ter bevordering der Geneeskunde, red.) de laatste jaren bij het Centrum voor Jeugd en Gezin Rijnmond."

Wiskunde

"Ik ben de enige van de zes kinderen bij ons thuis die zijn droom heeft waargemaakt. Vroegen ze vroeger aan me wat ik wilde worden, antwoordde ik steevast: dokter." Aan het einde van de middelbare school koos ze echter niet gelijk geneeskunde te studeren maar nam, omdat ze zo uitblonk in wiskunde ("op mijn eindlijst stonden allemaal tienen") eerst een kijkje op de Technische Universiteit Eindhoven. Een snuffelstage bij het Goois Kinderziekenhuis bracht haar echter op andere gedachten. "Dat was een soort revalidatiecentrum voor kinderen en ik vond het toch wel heel mooi hoe die arts daar gewoon het totaalplaatje van het kind bekeek en het allemaal in beeld bracht. Toen heb ik er toch voor gekozen om geneeskunde te gaan studeren."

Beter zien

"Toen ik begon was het lichamelijke heel belangrijk. Ook slechte voeding waar kinderen niet goed van groeiden of ziek van werden. Terwijl we nu natuurlijk veel meer op het psychosociale stuk zitten, op het opvoeden, op de mogelijkheden die ouders hebben om hun kind goed te laten opgroeien en om dat vooral te ondersteunen. Doordat je heel veel gezonde kinderen ziet, kun je ook veel beter zien dan een huisarts, die vooral zieke kinderen voor zijn neus krijgt, wat afwijkend is." Sinds 1 juli heeft Siebel in Schiedam een nieuwe collega. "Mijn bloedeigen dochter", lacht ze. "Van mijn drie kinderen lijkt ze het meest op me, zeker wat communicatie betreft. In Schiedam is ze gestart als verpleegkundige. Dat is toch wel heel erg grappig!"

Allemaal preventief

In de ruim vier decennia als consultatiebureauarts maakte Siebel veel mee. "Zoals een kindje van 11 maanden dat zo benauwd en uitgeput was dat het hier gelijk aan de zuurstof moest. Het bleek een soort pseudokroep te hebben (ontsteking aan de bovenste luchtwegen, waardoor inademen moeilijker wordt, red.). Doordat het jochie een andere huidskleur had, kon je echter niet goed zien dat het blauwig was aangelopen. En die huisarts zei steeds maar, omdat die moeder niet goed Nederlands sprak, dat gaat vanzelf over. Voor dat jongetje heb ik toen een ambulance gebeld. Na twee uur belde de kinderarts mij dat het goed was dat ik dat gedaan had en dat hij nu weer in zijn bed aan het springen was." En dan denk je wel: goed dat we er waren. Het is allemaal preventief maar af en toe moet je ook gewoon ingrijpen. Dat is me wel heel erg bijgebleven. Tegenwoordig worden er tijdens de zwangerschap allerlei echo's gemaakt. Daardoor is het vaak al bekend of kinderen een hartafwijking hebben. Daar wordt specifiek naar gekeken en dat is ook goed. Dan weet je ook wat voor opvang zo'n kindje nodig heeft. Maar in die eerste jaren als consultatiebureauarts maakte ik echt wel mee dat niemand, ook de verloskundige niet, gezien had dat een kind een ernstige hartafwijking had. Dat heb ik zeker drie keer meegemaakt. Twee van die drie kinderen zijn daar ook aan overleden."

Lol in dit werk

"Ik heb zeker goede herinneringen aan de gesprekken met ouders en ik merk dat het vooral heel fijn is omdat je naast ze kunt gaan staan. Wat ook fijn om te horen was, was dat ik ze kleine stapjes vooruit heb geholpen. Helemaal geen heroïsche dingen. Dat heeft mij altijd de lol laten houden in dit werk. Natuurlijk ben ik het wel eens oneens geweest met een ouder of was een ouder boos op me maar ik heb nooit echt moeilijke dingen gehad. Dat heeft ook met je manier van communiceren te maken op basis van gelijkwaardigheid. Ik heb bijvoorbeeld totaal geen moeite met mensen uit andere culturen. Voor mij is iedereen gelijk en iedereen heeft recht op een plek om te leven."

Fietsen

Vond ze het niet moeilijk om te stoppen? "Nee. Ik heb eerst gedacht: ik blijf nog wat spreekuren doen want er is heel veel gebrek aan jeugdartsen maar op een gegeven moment is het ook gewoon klaar en moet je gewoon stoppen en aan nieuwe dingen beginnen. Ik heb een man die nog een stukje ouder is dan ik maar we fietsen rustig naar Oostenrijk en terug, lopen dagen met de rugzak op. Zo zijn we ook in drie weken tijd heen en weer naar Praag gefietst maar ook fietsten we naar Wenen en naar Zuid-Frankrijk. Dan stappen we gewoon in Vlaardingen op de fiets en dan gaan we. Dat is echt leuk. Ik weet niet of we dat nog heel veel kunnen doen maar we gaan het wel proberen. Verder doe ik ook nog vrijwilligerswerk. Zo zit ik in het bestuur van de rooms-katholieke parochie hier. En dan zijn er nog de kleinkinderen, waarvan een in Canada. Ik heb dus nog genoeg omhanden en ga me zeker niet vervelen."