'Onbezorgd in vrijheid leven is nooit vanzelfsprekend'

Redactie 07-05-2020
Foto: Ada van der WelWethouder Corine Bronsveld en burgemeester Edo Haan leggen een krans bij het oorlogsmonument.

Zijn echtgenote is altijd blijven hopen op zijn terugkeer. Zo blijft ze na de bevrijding de in de haven van Maassluis binnenkomende schepen in de gaten houden.

door Chrit Wilshaus

En haar stoel staat steeds naar het raam gericht, zodat ze hem kan zien als hij thuiskomt, herinnert kleinzoon Jan de Baar - die vernoemd is naar zijn gesneuvelde opa - zich zijn oma lang na de oorlog. "Tijdens de Tweede Wereldoorlog is veel onzeker", vertelt burgemeester Edo Haan afgelopen maandagavond bij het oorlogsmonument in het Prinses Julianaplantsoen, waar hij samen met wethouder Corine Bronsveld een krans legt. "Sommige Maassluise families moeten jarenlang in onzekerheid leven omdat hun echtgenoot, vader, broer, oom of neef voor de geallieerden op zee varen. Via het Rode Kruis komt er mondjesmaat wel eens een teken van leven." In zijn gestreamde toespraak stond de burgemeester stil bij wat de Familie De Baar in de oorlog is overkomen "als voorbeeld van de andere Maassluise families die getroffen werden door de oorlog."

Zeemansgraf

Johannes Cornelis de Baar is voor de Tweede Wereldoorlog een bekendheid. Dat komt omdat hij in 1931 de tot die tijd grootste sleepreis succesvol weet te volbrengen. Samen met zijn collega-sleepbootkapiteins B.K. Weltevreden van de Witte Zee en B. 't Hart van de Zwarte Zee transporteert hij het Wellingtondok naar Nieuw-Zeeland. Een reis van 14.000 zeemijlen. Op de dag van aankomst, 19 oktober 1931, wapperen vlaggen en schrijven kranten over deze mijlpaal. "Negen jaar later, op 14 mei 1940, vaart Jan de Baar op Hare Majesteit 's BV 34 (voorheen de Noordzee). Het schip is in 1939 door de regering gevorderd vanwege de oorlogsdreiging en voert sindsdien op zee bewakingsdiensten uit. Bij het bombardement op Rotterdam redt hij drie Noren uit het water, nadat hun schip door de Duitsers tot zinken is gebracht. "Later zal zijn eigen schip tussen Vlissingen en Zoutelande op een magnetische mijn lopen. Jan de Baar en zeventien bemanningsleden gaan met het schip ten onder. Twee anderen worden door een Britse torpedobootjager gered. Later spoelen nog twee lichamen aan, de andere zestien, onder wie kapitein De Baar, krijgen een zeemansgraf." Zijn weduwe blijft altijd hopen op zijn thuiskomst. De naam van De Baar staat vermeldt op de namenwand van het oorlogsmonument in Maassluis en op het monument van het Militair Ereveld Grebbeberg voor alle Nederlanders die in de meidagen sneuvelden en die geen graf hebben. Verder is er een straat, de Noordzee, genoemd naar het schip van De Baar. "Zijn offer voor de vrijheid zullen we nooit vergeten want we weten allemaal maar al te goed: onbezorgd in vrijheid leven is nooit vanzelfsprekend."