Raad aan zet om spelregels participatie Omgevingswet te bedenken

Redactie 01-07-2021

Een bewoner die een dakkapel wil bouwen, een projectontwikkelaar die van plan is woningen te gaan bouwen of de gemeente die een omgevingsvisie opstelt. De Omgevingswet verplicht al deze initiatiefnemers tot participatie.

door Chrit Wilshaus

Participatie betekent actieve deelname; en in geval van de Omgevingswet: actief laten deelnemen, erbij betrekken. In het geval van de dakkapel moet je aan je (directe) omgeving vragen wat ze van jouw voornemen vinden er een op je dak te (laten) zetten. Heeft de hele straat al een dakkapel op zijn huis gezet, zal het geen probleem zijn. Ben je de eerste, is het wellicht een ander verhaal. Burgers hebben nu trouwens ook al inspraak maar bij het bestemmingsplan is dat nu anders geregeld. Daar is het principe nu: nee, tenzij, terwijl het bij de Omgevingswet wordt: ja, mits. Dat laatste gaat dus veel meer uit van een meedenkende overheid. Voornoemde wet zou overigens op 1 januari volgend jaar in werking moeten treden maar dat is uitgesteld tot 1 juli 2022. De belangrijkste reden daarvoor is dat gemeenten (digitaal) meer moeten regelen om de wet straks te kunnen uitvoeren.

Niet eenvoudig

Een van die zaken die geregeld moeten worden is, zoals aangegeven, het laten participeren/ reageren van anderen op jouw bouwplan. De gemeenteraad moet daarvoor de spelregels opstellen. Afgelopen dinsdagavond spraken volksvertegenwoordigers bij een thema-avond daarover met elkaar en met onder andere wethouder Sjoerd Kuiper (PvdA). Dat gebeurde onder leiding van Derk-Jan Verhaak, die raadsleden van te voren ook al met presentatie op een YouTube over de stof had geïnformeerd. Hoe die participatie geregeld moet worden, vonden politici niet eenvoudig, zo bleek. "Wanneer ga je wat vastleggen", vroeg Marcel 't Hart (CDA) zich bijvoorbeeld af. En Leo Ooms (Forum voor Maassluis) twijfelde hardop of een periode van acht in plaats van 26 weken om een vergunning te verlenen eigenlijk wel haalbaar is. Volgens Verhaak heeft of er voldoende tijd is ook iets met de grote van een voorgenomen bouwproject te maken. Maar hoe groter het project, hoe meer er van tevoren voorbereid zal moeten worden. In dat geval is wel de vraag gerechtvaardigd of die kortere termijn realistisch is of misschien toch een wassen neus. Een beetje in het verlengde van minder regels. Een politicus die dat roept, krijgt al gauw een schouderklopje. Maar iets goed regelen, houdt misschien juist wel in meer regels. De termijn van acht weken kan één keer met zes weken worden verlengd overigens.

Participatieladder

Iris Vrolijks (PvdA) was van mening dat de participatie vooral "geen papieren tijger" moet worden. De voorgestelde 'vragenboom', waarbij mensen door een aantal vragen te beantwoorden weten of ze voor iets een vergunning moeten aanvragen, vond ze een goed initiatief. "Nu moet je als burger zelf in 'de vergunningen duiken' om erachter te komen of je wel of niet vergunning plichtig bent." Hoe mensen erbij te betrekken, kan volgens Verhaak ook vertaald worden in de vorm van een participatieladder, waarbij iedere trede de mate van participatie aangeeft: hoe omvangrijker het voorgenomen bouwproject, hoe hoger de ladder beklommen moet worden en hoe omvangrijker de participatie dus geregeld moet worden. Aan de raad nu de taak dat te formuleren in voor iedereen begrijpelijk Nederlands. "En laten we daarbij niet het doel uit het oog verliezen en de regels geen eigen leven laten leiden", aldus Verhaak.